tn_zilhaan.jpg (11031 bytes)

ZILVERBRAKELS

Houden van Brakels
Als men brakels wilt houden moet men eerst beslissen hoeveel dieren men wil houden. Dit is dan weer afhankelijk van de ruimte die men er voor heeft. De meeste fokkers hebben 2 tomen; dus 2 hanen met 4 a 5 hennen. Dit is voldoende. Ook is het mogelijk met een andere fokker samen te werken. Een klein aantal hennen is al ruim voldoende om voor voldoende eieren te zorgen voor een huishouden.
Een klein aantal hennen is ook gemakkelijk als men bij het fokken de ouder dieren wil herkennen. Zo krijgt dan iedere haan en hen zijn eigen verhaal.
Bij brakels moet men zorgen voor een niet te sterke inteelt. Dit betekent dat men in feite altijd op zoek moet zijn om verbeteringen in de stam aan te brengen. Hiervoor dient men zijn dieren te vergelijken met dieren van ander fokkers. Uitermate geschikt hiervoor is de jongdierendag van de speciaalclub. Hier komen brakels van een aantal fokkers samen; het is ook gemakkelijk om contact met hen te krijgen; of voor dieren te kunnen kopen.
Indien we met brakels willen fokken dan doen we dat in het voorjaar. Om de hanen op tijd voor de tentoonstelling klaar te hebben dienen de kuikens in maart geboren te worden; de hennen het liefst voor half april.
De te vroeg geboren hennen vallen meestal na een tentoonstelling vroeg in het seizoen in de rui. Na deze rui periode zijn deze hennen in het voorjaar  voor broedeieren prima geschikt. De later gefokte hennen – half april – zijn hierdoor voor het broedseizoen twijfelachtig.
De opfok van de vroege kuikens gaat meestal gemakkelijk; hoewel na een strenge winter de bevruchting tegen kan vallen. Zorg dus vooral ook in de winter voor een goede verzorging voor het broedseizoen.
Het is dus raadzaam om 2 rondes te broeden. Men heeft dan voldoende kuikens. Geef de kuikens een goed kuikenvoer; mineralen en vooral in het begin lauw warm water ( tegen plakkontjes).zorg voor voldoende warmte en dat ze ook voldoende rust krijgen. Gebruik daarom een Elstein lamp of een warmte plaat; zodat de kuikens geen 24 uur licht krijgen. Het strooisel bij kuikens behoort altijd droog te zijn; vooral als ze groter zijn is bij broeierig weer coccidiose vaak een probleem.
Als men een nieuw dier in de stam heeft gebracht is het raadzaam om de kuikens hiervan te merken en deze dan te vergelijken met de andere kuikens. Het is ook best interessant om dit te doen; men zal dan tot de ontdekking komen dat er al op jonge leeftijd verschil is in gewicht, tekening e.d. Selectie op kamfouten en teenstand kan dan al gebeuren.
Als de kuikens gemerkt zijn is het ook gemakkelijk om ze van tijd tot tijd te wegen. Brakel kuikens komen per week ongeveer 100 gram aan; hanen groeien wat harder als hennen. De vroege kuikens groeien wat harder als de laatste ronde; maar door regelmatig te wegen kunt u weten als er iets mis is als het gewicht niet snel toeneemt.
Kamfouten komen nogal voor: bij andere eenkleurige rassen wordt al vroeg op kamfouten geselecteerd en men rekent op 50% uitval op kamfouten; alhoewel men al jaren op geselecteerd heeft.Hou hier rekening mee en probeer naar een mooie regelmatige kam met 5 a 6 kampunten toe te werken met een goed gevormde kamhiel.
Op eendenvoeten moet men bij de kuikens altijd alert blijven. Men selecteert hierop door de kuikens op een vlakke vloer te zetten en bekijkt de stand van de achtertenen; ook slecht geplaatste achtertenen moet men niet aanhouden.
Kromme tenen kunnen vroeg in het voorjaar voor problemen zorgen. De oorzaak is vitamine B2 gebrek. Treedt meer op bij goud brakels als bij zilver brakels. Vooral als de kuikens hard groeien komt dit meer voor.
Zorg altijd ervoor dat de kuikens niet op elkaar gaan zitten s’nachts en dat ze in een tochtvrij hok verblijven. Tocht het dan zijn ze extra gevoelig voor longontsteking. Dit gebeurt meer met later opgefokte kuikens dan met vroege kuikens.
Bij nat warm weer is er meer kans op coccidiose; zeker als het hok niet geheel droog is hier kans op. Met name rondom de waterbakken zijn infectie haarden. Zet de waterbak op een rooster zodat ze niet in de modder kunnen pikken. Zorg dat er altijd wat middel tegen deze ziekte bij de hand is. Kenmerkend voor cocidiose is dat de hele groep kuikens stil zitten en slecht groeien. Binnen enkele dagen kunnen er dan doden kuikens vallen. Indien men regelmatig de kuikens weegt en het gewicht stijgt niet meer of ze worden lichter in gewicht; dan vooral opletten op deze ziekte.
Laat de kuikens s’nachts op een rooster slapen; zo dat ze ook niet aan hun eigen uitwerpselen komen.
Zorg er voor dat als de kuikens buiten lopen; dat ze goed blijven doorgroeien. Het is ook goed om later voor ze gaan leggen nog een coccidiose kuur te geven.
 
Na een mooie kam toewerken is niet zo gemakkelijk; zeker als er met dieren gefokt wordt met teveel of te weinig kamtanden. Let vooral op slecht geplaatste kamtanden (onregelmatig).  De kinlellen bij de brakels zijn groter in vergelijking met andere rassen, daarom ziet men deze fouten ook  eerder. Opgetrokken kinlellen zijn lelijk.
Bij de hanen zijn de oortjes extra kwetsbaar; vaak pikken de hennen hierop zodat ze beschadigd kunnen worden. Als men hanen bij elkaar laat lopen is er altijd een de baas en een de klos. De hoogste in rangorde zal zich beter ontwikkelen en daarom ook de voorkeur krijgen om mee verder te kweken. Als dit een haan is met een fout is dat jammer. Daarom selecteer deze er vroegtijdig uit.
Belangrijk als de kuikens opgroeien is dat men ze bekijkt en probeert de mooiste uit te zoeken. Men zal ervaren dat het oog steeds op dezelfde kuikens valt. Deze hebben dan wat en ook de voorkeur bij het selecteren hebben.
Jan Schaareman

Jonge hennen op 18 juni

Mijn ervaringen met goud brakels.

 

Goudbrakels heb ik al meer als 20 jaar in mijn hokken. Het is een mooie kleur en de tekening geeft  met het zwart een heel mooi contrast. Er zijn een aantal punten die bij goudbrakel meer voorkomen als bij zilver.

De opfok: ondanks dat de goud brakel een iets minder groot ei leggen (ze leggen ook meer eieren bv 4 dagen op een rij); als de zilvers en groeien de goud brakels harder. Omdat bij mij de kuikens na 16 dagen worden gewogen en de opfok gelijktijdig plaats vindt is het verschil dan al merkbaar. Door de hardere groei treden er ook problemen op; die bij de zilvers dan niet voorkomen. Bv het optreden van kromme tenen. Dit was in het begin een reden om goud met zilver te kruisen. Dit loste het probleem niet op. De goud brakels bleven deze problemen houden. Duurder voer (meer eiwitten) gaf nog grotere problemen. Een oplossing was gebruik maken van Elstein lampen of een warmte plaat gebruiken; zodat de kuikens ook een nachtrust kregen. De groei wordt minder als ze niet de hele dag kunnen eten; maar ik denk dat dit voor de ontwikkeling beter is.

Door het maken van de kruising goud met zilver; waar best mooie goudhennen uit kwamen bleef ook de goudkleur beter. Als steeds goud met goud wordt gekruist wordt vaak de kleur zwakker. Het is dus niet erg om dit te doen. Doordat zilver ook een opbleek factor heeft die het zilver extra zilverwit maakt; kun je bij goud ook citroen krijgen. (Deze factor vererft recessief). Belangrijk is dus om bij goud te letten op de juiste kleur. In Duitsland heeft men daarom de voorkeur aan de meest rode dieren.

Een euvel wat bij goud ook voorkomt zijn de witte punten in de vleugel; dit komt net zoveel voor als goud maal goud als bij goud maal zilver. Een gebroken vleugelpen bij een goud is een ramp; trek je hem uit komt hij in 90% van de gevallen met een grote witte punt terug.

Moeten zilverbrakels zuiver wit zijn; bij de goud brakel komt vooral de glans naar voren. Als mijn goud brakels naar een tentoonstelling gaan poets ik ze met plezier op met een zijden doek. Ze beginnen steeds meer te blinken. Het is jammer dat er niet zoveel goud brakels zijn. Mooie goudbrakels is echt goud.

 Jan Schaareman

Het dialel kruisingsschema

 Voor goed te fokken moet men eigenlijk gebruik maken van een dialel kruisingsschema.

Bij deze manier maakt men gebruik van meerdere hanen en hennen. Nu is het zo dat de meeste fokkers wel enkele tomen hoenders hebben. Men fokt dan een groot aantal dieren en zoekt dan erna de beste uit. Helaas weet men erna niet welke de ouderdieren zijn geweest. Ook een bepaald percentage dieren valt af door veel voorkomende fouten.

B.v. eendenvoet, vorktanden, slecht groeiende dieren e.d.. 

Door een haan te paren aan meerdere hennen, de eieren per hen apart houden; kan men bepalen welke hen het beste bij deze haan past.

Andersom kan men als men een hen met meerdere hanen paart bepalen welk haan het beste vererft.

Als men uitgaat van 3 hanen en 9 hennen, kan men 3 x 9 = 27 combinaties maken.

Dit zijn er erg veel. Men kan dan kiezen voor kuikens b.v. 1 maart, 25 maart en half april.

Men plaatst dan een haan bij 3 hennen ruim voor het fokseizoen en houdt de eieren per hen gescheiden. Nu legt elke hen andere eieren, b.v een oude hen legt dikkere eieren en ook de kleur en de vorm verschilt per hen. Ook houdt iedere hen een apart legritme aan. B.v. 3 dagen een ei en dan een dag overslaan. Deze gegevens kan men gebruiken voor de eieren apart te houden. Men houdt dan b.v. 14 dagen de eieren apart verwissel dan de hennen van hok en na 10 dagen kan men weer 14 dagen eieren rapen.

Men heeft dan ongeveer 10 eieren van een leggende hen.  Door deze eieren en kuikens te merken kan men de ouderdieren herkennen.

 

Bij mijn dieren n.m.l. brakels doe ik het volgende: de kuikens worden op de 16e dag de eerste keer beoordeeld; dit gebeurt als volgt: de kuikens die er het mooiste uitzien worden het eerste gepakt, de eerste rugveertjes zijn al doorgekomen en vertonen al een bandtekening. Deze bandtekening varieert. Hiervan maak ik een eenvoudige beoordeling aangegeven door een getal: b.v. de helft wit een 5. Ook de duidelijkheid van de tekening en de kamtanding wordt bekeken. Verder worden de kuikens op een klein weegschaaltje gewogen. Dit wegen ben ik enkele jaren geleden mee begonnen en geeft een indicatie van de groei. Bij de krielen kan men door het wegen de extra kleine krielen na enkele weken herkennen. Natuurlijk geven grotere eieren zwaardere kuikens. Maar slecht groeiende kuikens worden geen toppers.

Dit wegen doe ik regelmatig, en ook het beoordelen op dingen die opvallen. Mooie kuikens geef ik een  x, slechte kuikens b.v. een vorktand een – maar wel een mooie tekening. Na 6 weken gaan de kuikens naar buiten en is er de tijd om de dieren te ringen. Alleen de beste dieren worden geringd, per jaar gebruik ik 7 hanen en 15 hennen ringen. (Voor zilver en goud. Dit zijn er voor mij meer dan genoeg. Goede hennen kuikens worden aan mensen die graag enkele kippen willen hebben verkocht.

Als het tentoonstellingsseizoen is aangebroken zijn er van de jonge dieren meestal 3 hanen en 10 hennen over. Vooral het aantal hennen is beperkt als men aan meerdere tentoonstellingen wil meedoen. Maar daar kies ik voor.

 

Na een bepaalde periode – dit kan al in het fokseizoen – worden alle gegevens in een dialelschema opgeschreven en kan men de beste ouderdieren herkennen. Deze dieren worden aangehouden. Als men uitgaat van 10 fokhennen en men houdt de beste 3 of 4 hennen aan, is er plaats voor 6 a 7 jonge hennen. Vooral op goede ouderdieren moet men zuinig zijn. Deze vormen de basis. Als men enkele jaren op deze wijze fokt zullen de resultaten niet uitblijven. Een ander voordeel is dat de dieren niet meer ineens kunnen terugvallen naar een slechter niveau. Dit blijkt uit dieren naar andere fokkers gaan en hiermee snel goede resultaten behalen. Als men dan enkele jaren weer op de oude voet verder gaat daalt de kwaliteit van de dieren naar het oude niveau en moet men naar toppers zoeken. Het is natuurlijk ook zo dat men bepaalde combinaties niet moet maken omdat de dieren te sterk verwant zijn of foktechnisch niet bij elkaar passen.  De eitjes van deze dieren kan men gewoon opeten. Op de hennen met de gouden eieren is men natuurlijk extra zuinig.

 

Natuurlijk selecteert men op deze manier naar goede jonge dieren; m.a.w. mankementen aan jonge dieren. Problemen die op oudere leeftijd te zien zijn zoals spoorvorming bij hennen of verkeerde kamvalling en type kan men alleen zien als de dieren volwassen zijn. Stel daarom aan deze eigenschappen extra hoge eisen voordat men de dieren in de foktoom plaatst.

 

Met dit systeem kunnen we dus allerlei % bepalen; het aantal kamfouten of eendenvoeten.. Dit moet dan per eigenschap. Het beste is vooral de fokproblemen die men heeft op deze manier in kaart te brengen.

Als men dit systeem enkele jaren heeft toegepast; hoeft men niet zo nodig een groot aantal kuikens te fokken; doordat men meer ervaring heeft in het uitzoeken van de beste fokdieren en de beste combinaties weet. Ook als men een nieuw dier in de stam brengt is spoedig bekend of dit succesvol is geweest. Bedenk er zijn fokkers die zeggen dat je ongestraft kunt intelen; met deze manier is dit dan vrij goed te bepalen.

De ervaring is dat elk dier en ras anders reageren.

 

J.Sch.